Hiermee wordt bedoeld dat de belasting wordt geheven over een fictief (verondersteld) rendement van 4% over de waarde van de onroerende zaak. Voor de belastingheffing zijn de daadwerkelijke (huur)inkomsten uit een onroerende zaak en daarmee samenhangende kosten niet van belang. Er wordt verondersteld dat over de waarde van een onroerende zaak een rendement van 4% wordt behaald. Of het daadwerkelijke rendement meer of minder is dan 4%, is niet relevant voor de vastgoedbelasting.

Bij een pand met een waarde van bijvoorbeeld USD 150.000 bedraagt het fictief rendement USD 6.000 (USD 150.000 x 4%). Hierover wordt de vastgoedbelasting berekend.

Wat als ik de onroerende zaak niet verhuur?

Ook als u uw onroerende zaak niet verhuurt, bent u vastgoedbelasting verschuldigd. Het bezit van de onroerende zaak wordt belast, ongeacht of u de onroerende zaak, rendabel maakt door deze bijvoorbeeld te verhuren

Welke vrijstellingen zijn er?

In de vastgoedbelasting zijn enkele vrijstellingen opgenomen. De belangrijkste vrijstellingen zijn:

  • De eigen woning die een belastingplichtige als hoofdverblijf gebruikt;
  • Een onroerende zaak die onderdeel uitmaakt van het ondernemingsvermogen van een eenmanszaak;
  • Bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond voor land- en bosbouw;
  • Natuurterreinen;
  • Onroerende zaken bestemd voor openbare erediensten zoals kerken;
  • Zogeheten ‘dormant property’, slapend eigendom of wel braakliggende grond, als de eigenaar inwoner is van Caribisch Nederland;
  • Een vrijstelling over de eerste  70.000 van de waarde van tweede woningen;
  • Onroerende zaken van een lichaam dat op grond van artikel 5.2 van de Belastingwet BES geacht wordt in Nederland te zijn gevestigd.

Dit zijn niet alle vrijstellingen. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar artikel 4.4 Belastingwet BES.