De vastgoedbelasting wordt jaarlijks geheven over de waarde van de onroerende zaak. Deze waarde wordt voor een periode van vijf jaar door de inspecteur vastgesteld. Voor de  periode 2016 – 2020 geldt als peildatum 1 januari 2016. De waarde is de prijs waarvoor het onroerend goed vrij opleverbaar kan worden verkocht aan een willekeurig persoon in de staat waarin deze op de peildatum verkeerd. Dit is de waarde in het economische verkeer (WEV).

Een uitzondering op de bovenstaande regel is wanneer de vervangingswaarde van de onroerende zaak hoger ligt dan de WEV. In dat geval wordt de vastgoedbelasting berekend over de vervangingswaarde. Dit is het bedrag aan kosten dat moet worden gemaakt in het geval het onroerend goed volledig vervangen moet worden (doordat het bijvoorbeeld is afgebrand). Daarbij wordt rekening gehouden met de conditie, aard en bestemming van het bestaande onroerend goed.

In geval dat er sprake is van een verbouwing, uitbreiding of een teniet gaan van de onroerende zaak kan de inspecteur tussentijds een nieuwe waarde vaststellen voor de resterende periode.

Indien u investeringen heeft gedaan aan een onroerende zaak, bestaande uit bouw, verbouw, verbetering, uitbreiding of renovatie, dan kan de waardestijging die hieruit voortvloeit sinds 1 januari 2013 worden vrijgesteld voor de vastgoedbelasting. Afhankelijk van het jaar waarin de investering is gedaan, geldt de vrijstelling voor vijf of tien jaar. Als u een beroept wenst te doen op deze tijdelijke vrijstelling, dan kunt u middels een formulier hiervan melding doen. Dit formulier moet u bij de Belastingdienst/  Caribisch Nederland indienen binnen één jaar nadat de wijziging zich heeft voorgedaan.