Moet ik zelf aangifte doen voor de vastgoedbelasting?
Nee, voor de vastgoedbelasting hoeft u geen aangifte te doen. Het initiatief om aan u de waarde van de onroerende zaken en de te betalen belasting mee te delen ligt bij de Belastingdienst.
In eerste instantie ontvangt u een ‘waardebeschikking’ voor uw onroerende zaak.
Deze geldt 5 jaar. Op basis van de waarde genoemd in de ‘waardebeschikking’ ontvangt jaarlijks degene die op 1 januari van dat jaar eigenaar is of gerechtigd tot de voordelen uit de onroerende zaak een aanslag vastgoedbelasting. Mocht de waarde van het onroerend goed in de loop van het jaar wijzigen, door bijvoorbeeld verbouwing of (gedeeltelijke) vernietiging, dan wordt de waarde met ingang van het daarop volgende kalenderjaar aangepast. Daarbij wordt de wijziging in aanmerking genomen alsof deze al had plaats gevonden ten tijde van de waardepeildatum (voor de eerste periode: 1 januari 2011).
Let op: waardeveranderingen als gevolg van veranderende marktomstandigheden (bv een waardedaling als gevolg van de economische crisis) na de waardepeildatum betreffen geen wijziging van het onroerend goed en zijn dus geen reden voor een lagere waardebeschikking.
Wat als ik het niet eens ben met de waarde?
Als u het niet eens bent met de door de Belastingdienst vastgestelde waarde kunt u bezwaar maken tegen de ‘waardebeschikking’. Hoe u dat moet doen leest u op de ‘waardebeschikking’ zelf. Het is wel belangrijk dat indien u het niet eens bent met de waardebepaling u binnen twee maanden na de dagtekening van de waardebeschikking bezwaar maakt tegen de vastgestelde waarde. Als u een aanslag ontvangt, kunt u geen bezwaar meer maken tegen de waarde die als basis dient voor de op aanslag te betalen belasting.
Hoe stelt de Belastingdienst de waarde van het onroerend goed vast?
De Belastingdienst houdt per onroerende zaak gegevens bij. De waarde wordt voor iedere onroerende zaak individueel vastgesteld en vastgelegd in de waardebeschikking. Als waarde geldt de prijs die verkregen zou worden als de onroerende zaak wordt geleverd in de staat waarin deze zich op 1 januari 2011 bevindt en door de koper meteen in gebruik kan worden genomen. Bij het bepalen van de waarde wordt onder meer gebruik gemaakt van gegevens van het kadaster over verkoopprijzen, de oppervlakte van het perceel en de bebouwde oppervlakte. Voor verschillende gebieden zijn de grondprijzen vastgesteld. Ook wordt gekeken naar advertenties, gegevens van makelaars en eerder uitgebrachte taxatierapporten. Er wordt ook gekeken naar vergelijkbare objecten. Van verschillende soorten panden in verschillende gebieden en bouwjaren is de waarde vastgesteld. Aan de hand van een aantal parameters kunnen deze panden als voorbeeld dienen voor vergelijkbare panden. Vervolgens wordt op basis van dit vergelijkbare object een waardebeschikking vastgesteld. Uiteraard kan de werkelijke waarde afwijken. In dat geval is het raadzaam om bezwaar te maken tegen de waardebeschikking.
