Binnenlands belastingplichtigen zijn personen die op de BES eilanden wonen. Als u  binnenlands belastingplichtige bent, dan wordt de inkomstenbelasting geheven over uw wereldinkomen. Dat houdt in dat inkomen, waar ook ter wereld verkregen, aangegeven moet worden. Soms wordt dat inkomen ook belast in het land waar de inkomsten vandaan komen. Er is dan sprake van dubbele heffing.

Tot 2011 was alleen in de relatie met Noorwegen en tussen Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba  voorzien in een regeling ter voorkoming van dubbele belasting. Met ingang van 1 januari 2011 kunt u als binnenlandse belastingplichtige een beroep doen op de zogeheten ‘eenzijdige' regeling.

Deze nieuwe regeling voorziet in een voorkoming van dubbele belasting voor inkomen uit landen waarmee geen verdrag is gesloten ter voorkoming van dubbele belasting. Deze regeling heet het ‘Besluit voorkoming dubbele belasting BES’. Toepassing van dit Besluit leidt ook tot het voorkomen van dubbele belasting. Voor meer informatie over het voorkomen van dubbele belasting kunt u contact opnemen met de Belastingdienst/CN.

Welke inkomsten vallen onder de inkomstenbelasting?

De inkomstenbelasting onderscheidt drie bronnen van inkomen:

  • roerend kapitaal (zoals rente en dividend, maar bijvoorbeeld ook inkomsten uit een zogenaamd aanmerkelijk belang);
  • onderneming en arbeid, (bijvoorbeeld winst uit een eenmanszaak of firma, inkomsten uit overige werkzaamheden en uit een dienstbetrekking);
  • rechten op periodieke uitkeringen (bijvoorbeeld lijfrente-uitkeringen).

Alleen opbrengst die afkomstig is uit een van deze bronnen is belast voor de inkomstenbelasting. Andere inkomsten zijn niet belast voor de inkomstenbelasting. Over een erfenis of een prijs die u wint in een loterij bent u bijvoorbeeld geen  inkomstenbelasting verschuldigd. Deze ‘inkomsten’ vallen niet onder bovenstaande opsomming. Zo zijn in beginsel ook geringe inkomsten voor werkzaamheden in de familiesfeer niet belast.

Alleen de ‘zuivere’ inkomsten uit een bron worden belast. Dat houdt in dat rekening mag worden gehouden met aftrekbare kosten. Belangrijk is dat deze aftrekbare kosten per bron (behalve bij opbrengst van bedrijf of beroep) niet kunnen leiden tot een negatief bedrag. De in een jaar aftrekbare kosten kunnen dus niet hoger zijn dan de inkomsten uit die bron. Zijn de kosten in enig jaar toch hoger dan de inkomsten, dan mag het meerdere in de vijf volgende jaren worden gecompenseerd met de opbrengst uit die bron.

Naast de mogelijkheid tot de aftrek van kosten bij de diverse bronnen van inkomen bestaat er de aftrekmogelijkheid van persoonlijke verplichtingen en buitengewone lasten. Hieronder vallen bijvoorbeeld:

  • de aftrek van rente over leningen aangegaan ter financiering, onderhoud en verbetering van uw eigen woning die als hoofdverblijf dient, inclusief de kosten van een met de looptijd dalende overlijdensrisicoverzekering en - tot een beperkt bedrag -  onderhoudskosten;
  • kosten ter zake van ziekte, invaliditeit;
  • studiekosten van uzelf of studerende kinderen.

 

 

Naar boven