Buitengewone lasten

Onder buitengewone lasten worden verstaan uitgaven voor:

a. levensonderhoud van kinderen van 27 jaar of ouder, naaste verwanten en zieke of gebrekkige kinderen tot en met 26 jaar;

b. ziekte, bevalling, invaliditeit en overlijden;

c. opleiding of studie voor een beroep van uzelf of van uw echtgenoot;

d. studiekosten van kinderen tot en met 26 jaar die een MBO, HBO, universitaire of daarmee vergelijkbare opleiding volgen.

Let op! Bij gehuwden worden de buitengewone lasten altijd samengevoegd. De buitengewone lasten van de echtgenoot met het laagste persoonlijk inkomen worden toegerekend aan de echtgenoot met het hoogste persoonlijk inkomen.

De echtgenoot met het hoogste persoonlijk inkomen kan deze kosten in aftrek brengen. Voor de berekening van de drempel dient u het gezamenlijk inkomen van u en uw echtgenoot in acht te nemen.

Uitgaven voor levensonderhoud

De uitgaven voor noodzakelijk levensonderhoud van de volgende familieleden van uzelf en/of uw echtgenoot kunt u aftrekken:

• kinderen en pleegkinderen van 27 jaar en ouder;

• echtgenoten van deze kinderen;

• ouders (ook pleegouders) en grootouders;

• (half) broers en (half)zusters en hun echtgenoten.

De uitgaven voor levensonderhoud van deze familieleden zijn aftrekbaar indien deze personen niet in staat zijn om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. De aftrek is beperkt tot USD 1.397 per ondersteunde. Als u bijvoorbeeld uw moeder en vader ondersteunt, dan is de aftrek ten hoogste 2 maal USD 1.397 ofwel USD 2.794. Verder is het totale bedrag dat u kunt aftrekken gemaximaliseerd. U kunt ten hoogste 10% van uw persoonlijk inkomen als uitgaven voor levensonderhoud in aftrek brengen.

Uitgaven voor het noodzakelijke levensonderhoud van kinderen tot en met 26 jaar die door ziekte of gebreken niet in staat zijn om zelf in hun levensonderhoud te voorzien, kunt u zonder bovengenoemde beperking in aftrek brengen.

Uitgaven waarvoor u recht heeft op een vergoeding van bijvoorbeeld uw werkgever, verzekeringsmaatschappij of ondersteuningsfonds kunt u niet aftrekken, ook niet als u die vergoeding pas in een later jaar ontvangt.

Uitgaven voor ziekte, invaliditeit, bevalling en overlijden

Uitgaven voor ziekte, invaliditeit, bevalling en overlijden van u, uw echtgenoot, uw eigen of aangehuwde kinderen en pleegkinderen en van uw bloed- of aanverwanten in de rechte lijn (bijvoorbeeld grootouders, ouders en kleinkinderen) of in de tweede graad van de zijlinie (bijvoorbeeld broers en zussen) zijn aftrekbaar.

Het gaat bijvoorbeeld om:

1 premies voor ziektekostenverzekering;

2 kosten van artsen, tandartsen, ziekenhuisopname;

3 medicijnen;

4 contributies kruisverenigingen;

5 bril en contactlenzen;

6 begrafeniskosten (premies voor begrafenisfondsen zijn slechts aftrekbaar indien bij het overlijden niet een uitkering in geld wordt genoten).

Kosten van autoritten in verband met ziekte e.d. (denk hierbij aan een artsenbezoek) zijn beperkt aftrekbaar. Als u gebruikt maakt van uw eigen auto kunt u tot een bedrag van USD 0,20 per kilometer in aftrek brengen. Indien u gebruik maakt van de auto van iemand anders dan kunt u de benzinekosten aftrekken.

Let op! U kunt alleen het deel van de kosten van levensonderhoud, ziektekosten, invaliditeit, bevalling en overlijden aftrekken dat boven een bepaald minimum bedrag (de drempel) uitkomt.

Deze kosten komen in aftrek indien zij gezamenlijk meer bedragen dan 5% van het persoonlijk inkomen met een minimum van USD 838. Voor de berekening van de hoogte van de drempel wordt voor gehuwden rekening gehouden met het gezamenlijke persoonlijk inkomen van beide echtgenoten.